igS
klein en drie keer per jaar, Monte Christo'tje, maar veilig geborgen achter den athleten-rug van zijn nikker en op de wiegende banden van zijn auto. Zonder duivelsche lachbui, leek hij kalm en afgemeten als een aristocratisch Engelschman; terwijl hij de meest dolle balddadigheden bedreef, kocht hij met zijn geld alles om, wat zich eerst tegen zijn geeselende en krenkende snakerijen verzette.
— I pray you... please,... boog hij naar zijn neger en lispelde dan wat halve woorden.
Zoo, koel-voornaam, ver-Engelschte zich deze Hol-landsche boemeltype, onder de zwabbers alom bekend; snorde hij zijn auto door de Pijp, de Warmoesstraat, over den Zeedijk; hield hij audientie in Weener Café en Kuil, bij Maxim en Lemmens, maar volbracht toch zijn weelderige balddadigheden het liefst in de enge Nes, onder aangapend crapuul en rijk volk en het bruisende nachtleven van de groote stad. Soms verscheen hij twee, drie jaren niet; was alle heugenis aan zijn wreede balddadigheid en dolle verspilling weggezonken, en dan inéén weer dook hij op en bleef dan een maand lang de vlakte in angstige en verbijsterende onrust brengen. Als zijn auto de Nes insnorde, kwam het strenge brigadiertje Gladpoot in eigen persoon toeschieten om baan te maken voor den baron en de wandelaars. Zwermen bedelkinderen van de walmende zijsteegjes uit Nes en Achterburgwal lokte hij naar de roode auto, liet hij bij Rubbens broodjes met vleesch halen en gemberbier slurpen. Als de ongekamde moeders en hongerige vaders erbij opdoken en schichtig-in-ontzag gluurden naar den spilzieken baron, en naar zijn geweldigen trotschen neger, gooide hij plotseling een hand centen de goot van een kronkelsteeg in. Dan schaterde de Champagne-Baron en keek hij met een wild genot naar de beestachtig-hebzuchtige en morsige grab-belhanden der kinderen en naar het woedende gevecht tusschen valsch-knauwende kerels en armzalige, toebijtende vrouwen. Bekeuring op bekeuring had hij op-geloopen zonder zich ooit dit vermaak te laten ont-