'95
vent hadden, tóch zorgden ze dat het ״orchest" door de verkwistende en gulle heeren niet vergeten werd. Ook de pianist zélf waakte er voor dat de luchtige dames hem niet oversloegen in den roes hunner hebzuchtige inpal-merijen. Kwam er, na een half uur op een fooitje gewacht te hebben, ook geen biertje, dan begon hij hard-hamerend zijn wijsje af te rammelen:
Krijgen de muzikantjes niks? ...
een melodie die al de bühne-vrouwen dadelijk verstonden als een kreet, een sein en een heimelijke waarschuwing van den dorstigen nacht-ploeteraar. Corry voelde nog denzelfden weerzin tegen het geldafpingelende „hannessen" der meisjes om haar heen, als in het begin van den avond. Mooie Jo zag den afschuw in haar goudkleurige oogen en vroeg wat haar scheelde. En toen Corry van haar wrevel sprak, gierde Jo en jeukte fel haar ontblooten boezem. Dacht je, lachte ze spottend naar Corry, dat we méér waren dan de vervuilde sletten uit de Rue de Pai-Jee?... de sarcastisch-verkorte en mooi-gemaakte naam van de Pieter Jacobstraat.
— M6 j's kijke bij Moeke de Ruyter...
— Wat?
— Hoe ze dair loshannesse ... van de matrosies! Mooie N Jo vond „hannessen" een geheim genot, als een wrok
tegen de kerels die hun schunnige pret loosden vlak onder hun adem, én op Madame, de gluiperige woekeraarster en misbruikster van hun jeugd. Al wat je buiten Madame afpingelde en stiekem in je kous of schoen schoof, was méér waard dan je gage. Zoo berekende Jo het en zoo dachten er al de meiden over.
Corry bleef stug en gesloten voor die soort van smade-lijk-nietige bedelarij. Zij zou de gore lummels in hun slaperige tronies kunnen ranselen. Voor die weekigheid was haar schors te hard. De befloerste oogen van Jo lonkten naar een heer met ontzaggelijken rossen knevel. Weer om te hannessen, schaterde Corry.
!3*