75
die allen tegen elkaar begonnen in te rennen, nu de pianist achtereen zijn deuntjes beneden afbonkerde. Acht uur, acht uurl... schreeuwden ze naar voor, naar boven, en de opwindende haast steeg zoó in het stikwarme, roo-kerige kleedhok, dat zelfs Corry zich benauwd en te veel voelde. Dikke Anna schertste rustig door naar Jo en Willy, dat tegenwoordig haar taille onder haar kin zat. Ze sloeg op haar zwanger lichaam als een Duitsche boer op zijn bierpens en ze geeuwde:
— Ikke krijg 'n meid.
— 'n Jonge, wed ik!... schoot Willy er tegenin.
— Aboe!... dan smoor 'k 'm... zei ze rillend van afschuw.
Een meid kon voor haar werken, meende Anna, alléén voor haar; een jongen deed het voor zichzélf.
Mooie Jo riep Corry en waarschuwde haar naar beneden te gaan. Bij de trap klonk voetengestommel en plots verscheen een statige vrouw met boa, ruischend van zware zijde.
— Whiskey Soda!... daar hei je Whiskey Soda!
— De zon van Lemmens!... schreeuwde Jo schelvroo-lijk.
— En de maan van Maxim en Moulin Rouge... gierde Willy, die onafgebroken rookte, de eene na de andere cigarette.
Corry stond gebluft. Een zóó schitterend-gekleede vrouw, zoo statig en rijk, had ze nog nooit van nabij bekeken en beroken. Roodblond het zware kapsel, omfon-keld van juweelen. Een groote, lichtblauwe veer op den grijzen hoed en iedere beweging gesmoord in een zijden geruisch. Wat was zij daarnaast belachelijk stijf in de gewrichten, meende Corry. Hier, in dié blonde vrouw, zag ze nu preciés wat ze zélf begeerde. Om Whiskey Soda geurde het lichtzinnige dat Corry zoo fel opwond en prikkelde. Het schaamteloos-weelderige van deze vrouw lei haar gansche wezen open. Ze hield van zoo een koel gezicht dat in zijn eigen glimlach verborgen behagen had.