68
Mooie Jo stond slank in haar zijden hemd met kant en lachte met Lena om een ״goeie kerel" dien ze den vorigen avond ieder voor tien gulden hadden afgezet. Lena, star den groenvalen spiegel inkijkend, opgedrukt tusschen het zware lijf van Hedwig en het koket-elegante kopje van Willy, zwartte haar oogen bij en teekende de brauwen met beverige vingers rond. Vlak voor Corry polijstte het „baronnesje" de nagels, terwijl ze telkens het geurend-gefriseerd kopje in een klein klapspiegeltje begluurde. Lange Go stootte met een vloek Corry op zij, die haar in den weg stond bij het bukkend strikken van haar gouden muiltjes. Over en weer botste geschreeuw, gezang en het snaterend geharrewar der vrouwenstemmen, zoo vol klank en opbruisend leven dat het Corry even verdoofde.
Lange Go en de zwaarlijvige Anne kibbelden met de Duitsche Hedwig om Jopie. Dikke Anne, den wulpschen blanken kop met een vuile dons zwaar bepoeierend, wou Jopie niet naast haar hebben en drong haar stijf den hoek in. Jopie, ontzind van venijn, trapte Anne tegen de buik, waarop Hedwig gillend Jopie aanviel om haar vriendin te verdedigen. Vlak naast de vechtenden, geheel onverschillig voor het krabben en het vuistgeknauw, gierden Truus en de raaf-zwarte Clara om dien guitig-dronken zwabber-student van vannacht.
— Soo, perdoes heb ie die vent tege se vessie geloope!
— Hoe dan?... schaterde Clara, heur haar opgolvend met roltangen.
— Nou,... eerst... eerst had d'r 'n burgervent... 'n fijn mokkel angehaakt.
— Enne? ... gichelde Claartje.
— Seit Frits... soo foor 't front...
— Nou?
— Seit die guit tut die sinjeur... nee,... seit die eerst: Wat mot je? ... Seit Frits ...
— Wat? ... gichelde Clara weer.
— Je wijf!... seit Frits doodgemoedereerd.