I 70 FRAGMENTARISCHE KRITIEK.
léést ze, en ge zult verstomd, verstijfd staan van verbazing, dat een man als Huet daarvan het rhetorisch bedrog, de valsche en gekunstelde ellende, de vooze holheid niet dadelijk en onfeilbaar gevoeld heeft.
Want zoo koudbloedig en alleen verstandelijk bewogen was Huet niet, om dit rhetorische suikerwerk dadelijk voor blanke zoete-koek te hebben kunnen nemen.
Je zult je verbazen, dat een verstandelijk zóó hóóg staande 't waagde, ons dezen zuren, verfoeilijken kost voor te zetten als een gerecht van de heerlijkste kwaliteit.
Je zult je ergeren, dat deze weinig diep-ont-roerde, cynische natuur zoo opgeblazen een middelmatig produkt naar het plan der eeuwen-doorleefde literatuur durfde opstooten.
En is ten slotte een leelijk werk mooi noemen, niet even vreeselijk als een mooi leelijk?
Beide dingen teekenen voor altijd de zielvan den kritikus, want in de sfeer der zuivere aandoeningen bestaan geen vergissingen.
Men voelt, of men voelt niet. Men voelt, of men huichelt gevoel!
Huets vernuft zelfs was niet meer in staat, hier de zieleleegheid te dekken.
Van z'n onsterfelijkheids-profetiën is niets