STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
figurale menschenwemeling kankaneert de idylle met de realiteit.
Die deerns en knapen zijn meestal onuitstaanbaar en hun gekwakel en gelammenteer is buiten alle realiteit geprojecteerd.
Waarom nooit onder deze vrijage, de algemeen-menschelijke tragiek van het misstappende meisje? Waarom niets van den onstuimigen kant der zin-nedriften in de boeren ? In een boek als Minne׳ handel hadden zich hier die groote en geweldige faktoren allerprachtigst moeten verdiepen.
Minnehandel lijkt in die richting, een ongewilde La Terre-pz.rod.ie.
Niet alleen dat we van den schrik'lijken boeren-kommer niets merken, we doen dat ook niet van 't mènschelijke in den boer ').
Het karakter van Anneke is nog 't zuiverst en diepst doortast, schoon ook lang niet overal Van Max Vanneste komt heel weinig terecht. Ik zou slag voor slag kunnen aantoonen dat Max geen
') Als men «Arm Vlaanderen» heeft gelezen van Aug. de Winne, met z'n ontroerend vertoon van de vreeselijke ellende ook in het Vlaamsche boerenleven, op de schoone gouwen van het Land van Waas en elders, en men krijgt dan Minnehandel in handen,.... is 't niet of men zich voelt teruggesmakt naar 18de eeuwsche valsche romantiek en opera-achtig dekoratief der allerzotste idylle?