׳i
138 STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL.״
looven, vertrouwen, schateren, smullen, ze kussen, ze minnekoozen.
Is zoo in waarheid 't Vlaamsche boerenleven? 'n Vlaam als Cyriel Buysse ontkent het volkomen. Er zij'n meer; veel meer. Buysse beweert dat Streuvels van de innigste drijfveeren, han-delingsinstinkten en passies van den Vlaamschen boer niet veel begrijpt.
Buysse zegt dat die boeren bij Streuvels altijd jool hebben, schoon hun leven toch rampzalig en armoedig is.
Ik ken den Vlaamschen boer niet. Maar ik ken 't algemeen-menschelijke in den boer. En dan sta ook ik verstomd over zulke suikerzoete, poes-lievige boerinnetjes, zulke levensbevallige, gevatte, snaaksche deerns en knapen, zoo argeloos, naïef, zoo vol onschuldgetokkel en liefdoenerij. Minnehandel heeft iets operetteachtig-onwer-kelijks. Die mooie en bevallige deerntjes lijken bepoederd met de valsche teederheid en stem-mingzoekerij van Watteausche romantiek.
Of Streuvels nu niets begrijpt van de innigste hartstochten der Vlaamsche boeren .... neen, dat durf ik heelemaal niet zeggen.
Er zijn in datzelfde boek zeer mooie psychologische trekken, zeer fijn-gevoelde.
Lees op de eerste pagina al dadelijk die stille