STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
leven en lieven, strijden en verblijden, 't Staat alles los van elkaar, al heeft de elementaire romantechniek Streuvels er toe gebracht verschillende karakteristieke details van het „verhaal", in den opzet aanwezig, door te voeren tot het slot. Maar 't gaat loodzwaar. De gang naar 't slot is 'n vermakelijke schepselenrevue, en de onmacht van den schrijver om z'n menschen ieder 'n logisch en psychologisch einde te bezorgen, spreekt daar zelfs „boekdeelen".
Minnehandel is van een enorme uitgesponnen-heid en hoogst gebrekkige herhaling. In dit artikel valt geen uitvoerige argumentatie te geven, welke bij een komplete Streuvels-studie later volgen zal. Maar kenschetsend 't geheel, wijs ik nu slechts op 't feit, dat de epiek van het verhaal uiterst versnipperd is en nergens de simpelste eenheid brengt, noch in de tragiek van 't vereenzaamde Anneke, noch in de „leute".
Allerminst wel in de avonturen van Max. Alles is afgebroken, episodisch, en de onderdeelen staan zoo wijd vaneen, zoo wijd, dat 't gansche verhaal er doorheen tuimelt.
Streuvels is nog geen machtig opbouwer van ,n groot brok leven. — Z'n dramatiek is öf kortademig èf romantisch vertroebeld! Z'n natuurvisie is soms breed, 't lyrische accent gaat geleidelijk