STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
Anneke nog eens spreken met haar toenmaligen afgod, den ontrouwen Max, en ook krij'gen we haar nu voorgesteld in hernieuwde vrij'age met den gezwollen schoolmeester-rijmelaar, die in de minzieke oortjes van 't blank-elpenen boerinnetje z'n liefdeliedjes kweelt,... voor hddr als 'n nachtegaal in den schemer, 't vogeltje van zoeten min.
IV.
Is nu de conceptie van Minnehandel een roman in twee deelen, een verhaal van gedragen en for-sche eenheid, van een levenden samenhang, en is de karakterontwikkeling, — daaromheen de toestanden, — van organischen groei ? Zoo onverbreekbaar dat men den epischen greep van een groot kunstenaar voelt?
Volmondig valt daarop neen te zeggen. De conceptie. Alles in dit boek is episodisch. Je kunt, met kleine wijzigingen en wisseling van enkele details, heele brokken eruit lichten zonder schade te doen aan 't verhaal, de kern van 't „abele verloop". Conceptioneel reeds 'n zeergroot gebrek.
De figuren, — en 't wemelt in dit boek van nclmen — zijn in geen psychologische samenwor-teling tot elkaar gebracht. We voelen bijna nergens 'n dieperen ondergrond, 'n vertakking van