STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
gewaarwordingen. Door hun werk stuwde, stroomde, klotste 't groote bloeiende, vurige leven. Dè.t leven werd gegrepen. Woordgetast alom, worstel met dialekten, kinderlijk en prachtig vaak, log, onwelluidend 'n ander keer weer.
Maar 't leven was gegrepen met een ziel, vol van ongeschonden verrukking, met kracht en diepte, met borreling en bruising van echt zielsgeluk.
En 't goudsprokige leven, soms plots donker en kil, liet zich vatten, vergoochelde zich in de schoonheidsgestalten van hun verlangen.
Teirlinck kwam met de verfijningen van z'n visioenaire droomnatuur, en betastte heel ernstig en diepzinnig de realiteit van 't boerenbestaan. En zie, hoe simpel en tooverachtig groeiden daar de dorre takken öm tot wijngaarden in gouden hofjes waar de zon schuin doorheen schoot. Waren 't menschen van vleesch en bloed, of wezens zóó uit de kleurige verbeeldingen van dien teed'ren fantasmagorischen ziener gestapt, en omgeven van zijn droom-atmosfeer ? Blonde meisjes kwamen en gingen. Stoutoogige schepsels, met 't wezen, dartel van argeloosheid en schaamlijke jonkvrouwelijkheid. Plots voerde Streuvels ze weer uit den won-