69
onzer strijdwagens ... Mannen van Gaza en Ekron, drinkt... drinkt!...
Hoonend en spottend bleven de krijgersstemmen loeien over Simson heen. Vaster van stem brulde en donderde d'aanvoerder-reus, met de roode wond-scheur over zijn wang:
— Wat zijt gij voor een wezen, gij Hebreeuwer, met uw wonder-vertelsels ... dat gij geen wijn, geen gebraad, geen vet moogt gebruiken?... Wat zijt gij voor een Godsman... die geen wentelaar of geen rog en geen aal mag slikken? ...
— Hij wil een slang met schubben en vinnen!
— Kent gij, Simson,... kreet de oppergeleider al scheller,... niet het genot van de dronkenschap? ... Van het dwaze, het uitspattende van den wijn,... het gistende bloed onzer goden? ... Ben je op je hoede, jij tuchtiger, die boomen uit den grond wortelt, en als redder gezonden door Jehovah? ...
Van alle kanten stortten haat- en spotstemmen op hem neer uit de krijgersbent:
— Simson is op zijn hoede!
— Hij kauwt slechts op druivenpitjes en veegt het heete zand uit zijn oogen! ♦..
— Hij drinkt water... water tegen de Venus-zweren!...
— Louter water!
— Of hij vult zijn buik met oostenwind!
— Als de Hethieten op het gebergte Judaea!
— Asthoreth's gebed ... de groene maan!