277°
gen ademtocht,... kreet Abnaï, zijn mantel boosheftig uitzwaaiend .. . hij snoeft, veldhoofdman!...
Een angstwekkende dreigblik uit aanvoerder's oogen, deed hem verstommen en terugdeinzen.
— Tot Tsidon... tot ver voorbij Aram zwierven wij... tot daar waar de Syrische geiten angstiglijk blaten ... Simson wilde zien waar de oude stam van zijn voorvaderen gevochten had, tusschen de velde-benden van Tsidoniërs, Hethieten en Syriërs... Hij wilde zien waar zijn voorvaderen, in Laïs-Dan hun legerkamp eens hadden opgeslagen; waar zij, in het dal Beth-Rechab, de vijanden tusschen zwaard en speer hadden ingesloten,... en waar zij de bergenlucht van den Libanon het eerst hadden ingeademd ... Zoo vergoeilijkte hij zijn rooftochten en verwoestingen onder nomadische Kenieten, onder Amalekieten en Philistijnen... tot Ephraïm,... tot het hartje van Canaan. ..
Met vreemd-bedwongen ongeduld scheen de hoofdman te luisteren. Toen, verwrongen in toorn het wreed-trotsche gelaat, barstte hij plots uit:
— Gij vertelde van gruwelen die gij gezien hebt, krijger? ... Vertel ons en de mannen, wat gij van Simson gezien hebt!... Van geen werving, van geen wapening ... van Simson alleen!...
Weer diep, drukte de geringhemde beroepskrijger zijn ijzeren helm het zweetend kroeshoofd in en huiverend sprak hij, met bravade:
— Van den morgen tot den nacht brabbelde Simson