270°
als het neerkletterend zwaard en het cikkelmes,... zelf onvermurwbaar en zonder vrees. Doch ik bezweer u,... Simson, de Hebreeuwer, de dom-listige hinderlagen-legger, de sluwe, lafhartige, door dae-monen bezworen... is waanzinnig, al beukt zijn vuist als een moker ... Hij is van booze duivelen en monsters bezeten in het slaggewoel!... Al in zijn toomelooze jeugd stokte zijn adem, hijgde zijn borst en viel hij plotseling in een brullende onmacht. Dan ging er stuip op stuip door zijn krampachtig-schokkend lichaam, spoog hij groen schuim van de vale lippen, alsof hij gepaald wierd, en zijn zwart-behaarde handen geleken roofvogel-klauwen ...
Trompetsignalen, al scheller, klonken van de hoogste rotshellingen. Op de amphitheaterachtig-stijgende vallei-vlakten schaarden ijzeren strijdwagenen met wielen-rumoer zich in gelederen. Van de open bakken af schreeuwden krijgers, menners en schilddekkers. elkaar bevelen toe, over en weer, en er achter trappelde de ruiterij met hoog-rijdende boogschieters. Roode, gouddradig-doorweven, purperen en violetkleurige schabrakken zonne-schitterden en hengstengehinnik klonk snerpend door geroep, geratel en gedraaf.
De hoofdman uit Jamniël, beneden in de vallei, hief plots zijn puntgiftige speer de lucht in en wenkte Godolam te zwijgen. Bij den laatsten trillenden trompetgalm richtte hij zich weer onstuimig tot den jeugdigen krijger en beval stram: