202
en kooien, het volk van Syria Beth-Rechab niet zóó de valsche zee als de Tsidoniërs en gingen zij op in akkerbouw en veld-arbeid. Ook de Syriërs op alder-lei hoogtijden, — feest van het waterscheppen, feest van de goden-neerdaling, feest der groote offerverbrandingen, — trokken onder misbaar naar het afgodendal, terwijl gruwelijk, in hymnen en razernij met liederen gevierd wierd, met cymbaal-geklank en zwelgend gezang, de roode aarde van Dammeseck waar nog het bloed golfde, — waande de massa in overgeloof, — van Abel door Caïn vermoord en heilige scorpioenen den marteldood ondergingen, onder den adem van Adon, wiens bloed bleef meevloei-en met dat van den doodgeslagen Abel. Ook het verbasterde, het donkere, ontuchtige volk nabij de Arnon, het volk van Moab met zijn hoogten voor Chamos en Zijn Hebreeuwen-haat, en ook het volk van Ammon met zijn verschroeienden menschenvreter Molech, schandig en bloedschennig uit Loth-wellust met zijne dochteren geboren, omwoelde Israël's grensgebieden uit de stammen Gad en Ruben en sloten heel het gemee-nebest in; verlaagden Jacob's kinderen, — die eens, naar God's woord tot Isaak's bekoorlijke vrouw, stammoeder Rebecca, boven Esau zouden heerschen, — door opwekkingen van bijgeloof en zondelusten; begoochelden en bedwelmden hen met hun Baals en Baaltis, hun heilige bronnen en bergen, hun geboomten en uitverkoren gedierte en met heel de overvloedigheid van alle aardevoortbrengselen.