!71
handschoenen uit, in dat achteraf-beglurende en voor-zichtigheids-equilibreeren gekeerd. Plotseling was hij voor het strijdende socialisme middelpunt van actie, een man van groot gezag, een daden-tooner. De ge-moedelijk-contemplatieve, vredig op den uitkijk-zittende man werd plots de socialist met zwaarsten, verantwoordelijksten arbeid. Zijn leven, al bedaagd, kreeg een verheerlijking in den actieven greep naar het maatschappelijk-om-hem-heen־roerende; hij kreeg de proletariërs-tronies tot vlak onder zijn adem gedrongen, van de ontwaak-tot de slaapuren. Zijn idealistische wittebroodsweken waren altijd verdoken gebleven in den glans van zacht-politiek gemijmer. Hij stond buiten den storm, buiten de hagelbuien, maar ook buiten de zonlicht-drenkingen van een groeiende en woelend-rumoerige levende beweging van kampers. Zijn gedachten hadden wel den muntslag der menschelijkheid gekregen, maar nog niets was in hem saamgedrongen naar een bepaald stelsel van maat-schappij-bestrijding. Hij had wel het zwaar geruisch van de levenszee gehoord, maar van verre ! Plots zou hij staan midden in de opzwalpende branding. En hij herademde! Hij voelde zich door de longen toevloeien een tweede leven.
Het socialisme had hem geroepen, hij was gekomen en overwonnen. Nooit had hij in zijn gansche vredig-joviaal leven zoo'n wonderlijk-diepe vreugde-schok gevoeld, zoo'n alles verzadigende ontroering. Deze z.g.