147
rotting, poenig opgepronkt met allerlei steenen, beroemd door den spot van de allerliefste Delphine Gay, ״la belle Delphine (madame de Girardin)". 1) Hij omspant zich de borst met een hel-blauwe jas, goud geknoopt, op een ondergrond van telkens nieuwe palfrenier-kleurige vesten. Pracht-beblomde kamerjaponnen versieren zijn saamgedrongen flanken. Zijn ,,mauvaise voiture de louage" wordt opgeruimd voor een tilbury en cabriolet, en opgepronkt met zijn initialen. Luider brult hij zijn z.g. ״van adel" uit. Er worden paarden gekocht, één uit den stal van een... faillieten graaf. Hij borgt een ,,wapen". Hij leeft in twisten en luidruchtige beredderingen. — Hij laat over zichzelf ophakkende studies schrijven en geen gelegenheid ongebruikt om te verschetteren dat hij de grootste werker ter wereld is. — Hij bluft pas-beginners af en laat ze van schaamte wegdruilen. Hij duldt niets en niemand naast zich. .. Kleine knulletjes geeft hij zinnen in de pen om zijn arbeid te verheerlijken. — En zijn schulden stijgen, stijgen onrustbarend. In onrust opgejaagd, moet hij aan allen kant den honger van gulzige zetmachines stillen. — Wérken moet hij, altijd voort, voort. . . Zijn schulden! . . . Hij mag niet meer
1 Lees ook het verhaal van den gluiperigen en kwaadsprekenden Werdet, een oud-uitgever van Balzac, over het verlies van dezen befaamden stok. —