136
zichtige speurzinnigheid van Crepèt blijkt vooral uit opsporingen van zekere vaag-aangeduide namen en jaartalvergelijkingen en het ontdekken van den opdracht-naam: aan E. 6 Januari. — Door fijne vergelijkingen en echt bibliophielsche uitvisscherijen werd het hem duidelijk dat met deze E. en dien datum 6 Januari, in het titelblad van het dagboek bovenaan, niemand anders bedoeld was dan mevrouw de Gravin Hanska. Ze heette nl. Eva Rzewuska, en werd geboren 6 Januari 1804.
In wezen is niemand onbekender dan een beroemd man, 1) zoo mijmerde ik bij het overzien van Crepèt's pogingen om achter z. g. ״zeer bekende" lotgevallen van Balzac's leven te komen. — Een ontzaggelijke inspanning heeft Crepet zich getroost, om door dit ontstuimig temperaments-boek heen te dringen en de ecrituur te ontcijferen. — Het album is met miniatuur-schrift, zand-fijn volgekrabbeld. In fiere hartstochlijkheid dringen de lettertjes bij hoopjes opéén, toch in saamspraak alsof ze het geheim van hun leven niemand zullen verraden. —
1) In zijn ״Autour de Balzac" heeft Graaf Spoelbergh er op gewezen, dat op naam van Balzac vele gruwelijk-zotte avontuurtjes zijn geplaatst, waarin hij nooit een rol speelde. Balzac in al zijn luidruchtigheid, kon ook buitengewoon goed zwijgen en bleef daarom in vele opzichten, zelfs voor zijn vrienden, totaal onbekend. — Gautier, zijn allerbeste vriend, en Laura de Balzac, zijn zuster (madame Surville), maken allicht de eenige uitzondering.