BALZAC INTIME.
I.
De stof over Balzac, als mensch en als schrijver, is zeer uitgebreid. Zijn geest heeft dingen omspannen, die niemand vóór hem durfde beroeren. Hij kende niet den angstigen huiver voor het grootsche, wijl hij het grootsche zélf was. — Zijn driftige werkhanden grepen naar marmer-blokken en tastten in hersens-merg. Hij bracht geest en leven bijéén gelijk een scheppend hercuul, en zonder het fantastisch gespuis van Shakespeare te gebruiken als lokmiddel voor herkenbare werkelijkheid, en zonder, in engeren zin, proza-kunstenaar te zijn, als Flaubert, schiep hij nochtans, met de ontembare scheppingsdrift van een groot levens-wrochter, een geweldig rnodeleur; houwde hij schepselen uit het wilde gesteente van zijn woord als een Michel Angelo-in-de-taal. Hij zwoegde in zijn werkhol, kaarsen-goudig doorschemerd, van middernacht tot den volgenden middag, zonder zijn lichaam te strekken uit de rimpels en kreuken van zijn slaafsche werk-gebuktheid. Hij ademde, zonder levensbesef in roode walm en gouden rook.
9