DERTIENDE HOOFDSTUK.
I.
Frans Leerlap en zijn Arke. — Hoe Juffrouw Stampvol hem helpt en tegenwerkt.
Frans Scheendert, Corry's vader, bijgenaamd Frans Leerlap, zou eindelijk zijn zin krijgen. Van de smalle Goudsbloemstraat, uit het drabbige, telkens onderloopende modderkelder-tje, waar Nel haar schamel en grienerig snoepwinkeltje had gehouden, waren de Scheenderts indertijd verhuisd naar twee duistere Lindestraat-kamers, drie-hoog, vlak bij het Karthui-Zerplein, midden in het heete rumoer van den kinderspeeltuin. Maar toen ook op dit druilkrot de werkeloosheid in Frans' schildersvak voortduurde, verzoende Nel zich met het plan dat haar man, — die zijn leven lang allerlei soort van beesten had gekoesterd, verzorgd, geholpen en verpleegd, — een asyl wilde beginnen.... een toevlucht voor noodlijdende dieren, gelijk Frans Leerlap er plechtiglijk en toch haperend-schuw aan toevoegde.
Toen hij nu, zeven maanden her, om-maar-aan-te-pakken, in de Koninginnegang in een groezelgoor, stikdonker hol van een verzakt haring-pakhuis, een affairetje wou beginnen,