382
bezieling voort. Zij dreigde Calvinistisch-streng bijna, met het persoonlijke geweten. Manus wist dat hij haar heftig-ongelijk zou geven in vele harer schelste beweringen, wanneer zij eenmaal zou hebben uitgeraasd. Maar zoolang zij sprak, heerschte zij met haar ziel, met haar afschuw, met haar liefde, met haar hoop, haar verrukking, of in haar vervloekingeni Zoolang zij sprak voelde Manus zich omsnoerd, ingeperst, en het was of heel de ontzachlijke menigte in de zaal, d'adem-haling regelde naar hiar ademhaling. Zij improviseerde uit een duizelend-donkere diepte van ontroering en haar dravende zinnen, haar in vaart oplichtende beelden, haar vergelijkingen schoten telkens den felleren gloed in van haar alles omwoe-lenden, mystieken geest. En als zij haar woord schuchter en bedeesd en in een soort van versmoorde zelfpijn weer terugtrok, dan bleef er éven nog een glans van haar willen en verlangen natrillen in de ziedende stilte. Manus besefte het, deze vrouw was een daaddroomster, diep-religieus van gemoed, heerlijk-vroom en begeesterd, en in haar voorspellend zieneresse-woord, in haar somber-geeselend afschuwwoord werd zij grooter dan zij was, machtiger dan zij leefde, sterker en verbeeldingsvoller dan zij voelde. Enkelen dezer vrouwen kende Manus ook uit de Groote Revolutie. Hen-riëtte Roland-Holst had een verlossings-klank in haar heesche, smartelijk-aangrijpende stem. Eén stonde schoot uit een wilde kreet, een angstroep. Manus hoorde het stille snikken van haar gebrokenheid, om het niet-begrijpen en het niet-verstaan, en dan inéén weer richtte zij zich op uit het mijme-rend-ingezonkene; was het een gloriënd afschudden van allen twijfel in haar. Neen, deze revolutionnaire vrouw konden de anarchisten niet klein brokkelen met ontbindenden schimp op haar warhoofderij. Zij wist en zij zag haar toekomst. Over het tragische uitdonkeren van het leven in den aarzelenden schemer van nog bestaande ellende, wierp zij nu reeds haar licht, dan als een droef-schijnende toorts, dan als een hel-uitspattenden bundel zonnestralen. Manus