374
Het hagelde, het kletterde scheldwoorden op de koppen der S. D. A. P.-ers en anarchisten. Het was alles vergruizeling en verbrijzeling. De vunze sociaal-patriotten waren niets dan een hoopje levensvergiftigers van het volk; kronkelende bedriegers en machtswellustelingen, laagzielige verraders van proletariaat en revolutie. Piet Helsdingen was een kwijlende stommeling, een sullige graantjepikker, een duf politiekertje, die zich den baard van Marx onder de kin had aangeplakt. Genoot Gerhard was een karakterlooze weifelaar, een senti-menteele gluiper, die struikelend stampte als een paard op een ton. Fortuyn een dol-dazende hansworst, een geintjesspuwer op een kerkhofmuur. Van der Goes een aristocratische hannekemaaier, Schaper een glunder burgerkereltje met de arglistigheid van een rat. Kolthek was een blinde graafmol en Reijnders een stuk uitvaagsel en dronken polderwerker, een looze visscher in troebel water. Wibaut was een dom-brutale slachter en De Miranda een klein-griezelig sjacheraartje. Oudegeest was een wee-zoete reformistische reactionnair, een aartsbotterik en stompzinnig tacticus, en Duys een kakelend schotschrift, een goor-gepoederde lasterpierrot, zóó uit een kermiswagen weggevlucht. Mendels heette een koude smoezer en een vunze onkruidzaaier. Alleen voor Domela Nieuwenhuis bleef wat kille woord-eerbied bestaan.
Het was om te duizelen voor Manus. Tusschen het modderig gewroet, heet geschimp en zwart gescheld van partijklieken, wou hij toch zoo graag zoeken naar het persoonlijk-goede dat al deze leiders en vooraanstaanden van elkaar onderscheidde. Doch telkens opnieuw stootte hij tegen klieken, bedillende kliekjes óp. Waterverf! Het ontaardde dadelijk onder al deze vechters, in persoonlijk-hittige en walging-wekkende wraakneming op elkaar. Honderdmaal werd het heilig strijdbeginsel verloochend en geschonden, ter bevrediging van eigen wrok en zielsbedervenden haat. Zij prikten elkaar met het spitse venijn van houtsplinters of behakten elkaar grof met bijlen. Manus ervoer, dat de arbeiders door eigen klassegenooten zich bijna