TWAALFDE HOOFDSTUK.
I
Manus Peet tusschen communisten, anarchisten en socialisten. — De ״eenheid" van het proletarische bewustzijn. — De knalzweep van Pieter Jelles. — Het woord van de „petroleuze" Henriette Roland Holst.
Het zielschokkende en stormige bezoek van Corry, was Manus Peet langzaam-aan te boven geraakt. Hij zonk weer kleintjes ineen tegenover de oneindige verte van het leven en onder het bruisen der maatschappij. Nog veel hechter dan ervoor, voelde hij zich met zijn geestelijk werk verknoopt. Hij bezocht nu velerlei vergaderingen, om van allerlei op de hoogte te blijven; niet omdat hij er loutering bij en genot in vond. Want van het radde, geraffineerde, hittige en trukige vergaderings-speechen, had Manus', mijmeraar, in wezen een diepen afschuw. Het glunder-rhetorisch, roezig gekakel en de debat-opwinderij, bleven hem een gruwel; prikkelden meer dan iets, opnieuw Peet's sarcastische spotzucht. Wel hield hij van cursussen waar grondig beschouwd en grondig ontleed werd; waar hij ׳niet in opgetooide, vage, ziellooze phrazen, populaire, quasi-vurige propaganda-taal, overtuigingen opge-Manus Peet. 24