367
en smeekte zij hem te zeggen, of hij dacht dat het ooit weer goed kon worden tusschen Karei en haar?
In Manus wroette de oude jaloersche pijn weer open. Zoo werd het toch 41 te martelend; ging het te zeer met schokken. Hier nu lei de meid voor hem op haar knieën te smeeken; de meid die hij zelf liefhad als geen enkel schepsel ter wereld; voor wie hij zich graag in mootjes zou hebben laten kerven; die zijn nacht- en daguren roofde; die hij overal volgde in zijn verbeelding en die hem zoo hevige levensonrust schonk, zoo vreeselijk, folterend en benauwend, dat hij een eind aan zijn heele wanstaltig bestaantje zou hebben gemaakt als hij maar had gedurfd; die meid, die voor hém alles was, smeekte hem nu een voorspelling af, of... het met ״die andere" en haar nog wel weer goed kon afloopen. Besefte zij dan heelemaal niets, met geen greintje, van wat er in hem omging? Zij snikte en huilde in spijt en woededrift naar buiten. Hij snikte en huilde naar binnen. En nog nooit hadden wroeging, vernedering, smart, miskenning en vertrapping hem zoo klein en allerellendigst in elkaar doen schrompelen, als nu haar in liefdestuip-afgeperste smeekvraag.
Corry begreep van Manus' zwijgen en inzinkende stilte niets. Voor haar bestonden alleen Mooie Karei en zijzelve. Het leed van anderen? ... Van den Bochel? ... Och, dat was toch geen man met pit en merg als Burk,... die tyranniek liefhad en die de smartkwellingen van scheiding en verlangen kende. Dat zéi ze wel niet rondborstig, evenmin als zij Jan Gouwenaar ooit zoo iets flap in zijn snuit had gesmeten, maar Manus voelde dat zij het dicht. Een oogenblik sloeg een duizel achter zijn oogen en hij beefde. Een oogenblik wou hij haar achteruit smakken, van zijn knieën weg, om haar te zeggen hoe on-menschelijk-wreed, hardvochtig en egoïstisch zij leefde; hoe blind voor al het hartzeer van anderen. Even wou hij wild uitschreeuwen dat zijn smachten naar haar nét zoo hevig in hem woelde als haar dringend verlangen en smachten naar Karei. Maar ontzind en suf-stom, in zich-zelf-gekeerd bleef hij zitten,