347
zich overgeven aan de algemeene dingen, met nog veel minder beklemming en nog veel minder innerlijke weerstreving. Hij moest geen vangballetje meer spelen met zijn eigen ontroeringen en mijmeringen. Hij moest een levend deeltje worden van het proletariaat, zonder één gedachte-verhulling. Hij moest te eiker stonde denken, voelen, handelen en leven als d'arbeiders, in hun kommernissen en vreugden. Hij moest mét en vóór ze strijden en worstelen, en hij moest déze alles-verzaligende voorstelling in zich prenten en tot een ziedend geluk opvoeren: dat over de geheele aarde alle werkers tezaam, bewust, een hoogere levensgemeenschap begeerden en een hoogere moraal schiepen. En dat onderging hij nu niet meer met een verstandelijk weten, doch in een krachts-sterking, als iets goddelijks; dat beluisterde hij vroom gelijk een harte-godsdienst van de revolutionnaire massa. Zijn mijmering ging nu niet bleek verloren onder een tragisch vergrijp aan de werkelijkheid; noch lei verward meer voor hem uitgestald als geschonden en in angsten schroeiende drocmen. Alleen door zich geheel te vereenzelvigen met het andere, zou de martelende ziele-hunkering naar Corry in hem afsterven.
Zoo heesch Manus zich uit zijn smart, miskenning en twijfeling óp aan wat nu voor hem de hoogste wijsheid was geworden, in soms zelfpijnigende zachtmoedigheid. Maar een uur later leek weer alles in hem onderste boven gewoeld. Dan begon de onrustige drang opnieuw zijn heerschenden wil in hem óp te jagen en te verbrokkelen. Wat had hij met de verdorvenheid, met de laagheid en het grillige lotsgeval van wereld en menschen te maken? Kon hij zoenoffer voor, stem en stukje kloppend hart van al die millioenen zwoegers worden? Het was een valsch, een uitgedacht verlangen, een koud-trotsch, triest en leeg bedenksel, om zich langs een anderen weg weer van eigen vernederende en verwoestende begeerte los te wringen. Een dichter onder de communisten, had hem in een soort van strafgericht, een dweepziek brein, en ondanks al zijn spot en sarcasme, een God-zoeker genoemd. Hij een God-zoeker?