334
wereldhervormende nieuwigheidjes. Zij hadden overal en altijd voorgangers, die ook naar de veranderingen en wisselingen in het ontstaan der maatschappelijke verhoudingen hadden gezocht; die ook socialistische problemen hadden gesteld en het klasse-bewustzijn in zijn onherkenbare verschijningsvormen hadden gekarakteriseerd. En die voorgangers waren proletaren geweest. Zoo de kleermaker Weitling, met zijn revolutionnaire leer, en Proudhon, de jonge veehoeder en letterzetter.
Maar Manus liet zich niet van zijn stuk brengen en terug duwen door kabaai-scheppende tegenstanders. Want maat-schappij-ontleders, daemonisch en wild als Proudhon, en utopisch, christelijk-communistisch als Wilhelm Weitling, waren geen oorspronkelijken. Zij waren niet de verbijsterende opwekkers van het klasse-bewustzijn, de geweldige pijlers-inhameraars van een revolutionnaire levensleer, de scheppers van historisch-materialistische beginselen en niet de scherpe, schrijnende, diepe, innerlijke schouwers gelijk Marx en Engels en Lassale, die in hun jeugdleven geheel buiten de proletariërs-gemeenschap hadden gestaan.
Dit maande Manus ook tot voorzichtigheid, wanneer hij snerpend-fel of in killen haat, burgerlijke denkers hoorde beschimpen cm hun wereld-domme, gedrochtelijke hebzucht, hun zedelijkschijn-vertoon en huichelarij, hun gluiperigheid en sluwheid, of als hij hoonend hoorde razen tegen hun laaghartigen onwil en ziek wanbegrip, om te geraken tot proletarisch inzicht. Doch hier stond Manus weer voor zonderlinge dwarrelingen en verijdelingen van gebeurtenissen. Want ten eerste werden deze burgerlijken beheerscht door onbewuste, grondelooze, blinde hartstochten, en ten tweede waren er godsdienst-stichters en zieners geweest, die het bezit en de bezits-verhoudingen in alle vormen hadden gegeeseld, terwijl zij nochtans zonder eenig benul bleven van socialisme of communisme. Toch richtten deze stof- en zinnen-verachters, geestelijke zelfinkeerders en