315
schap en werkelijkheid. De economische maatschappij-structuur ... brengt zelf het... ״immanente" wonder voort. Zij schept uit haar eigen verderf en ondergang de elementen ... voor een heerlijk-menschelijke ideologie, pardon, voor een „onzelfzuchtiger" ... o neen, voor een „hooger"... of liever, voor een „beter",.... ach neen, slechts voor een „ander" productiestelsel. Zij streeft... als een onbewust massa-wezen, naar ... rechtvaardigheid. Manus bewonderde grenzenloos de hoog-ideëele schoonheid van dit rampzalige en krankzinnige productiestelsel, dat zulke ... ideologische vruchten van nieuw leven in haar schoot ontkiemen liet. Terwijl de hoogsten, de edelsten en de besten onder de menschen waanden, bewust ernaar te streven, door ideologische, religieuse of mystische drijfveeren gestuwd, daar bleek nu dat de maatschappij uit „haarzelve", haar immanentie ... deze goddelijke macht bezat. Doch een goddelijkheid, helaas met slechts materieele basis.
Manus lachte. O die tegenstrijdigheden, hoe lief had hij ze nu. Neen, er moesten nog allerlei onbekende invloeden van het bewuste en onderbewuste uit bestaan, die zich niet alleen en soms verbijsterend in een ikheid en een persoonlijkheid, doch óók in de menschheid nog verwarring-wekken-der allicht, openbaarden. Zou de maatschappij en de menigte erin, mijmerde Manus, — buiten haar economischen produc-;.iegang, buiten haar onverbiddelijke wetten, — niet óók een onderbewust leven, in oorsprong even geheimzinnig en onnaspeurbaar als de werkende krachten achter de natuurverschijnselen, bezitten? Tenslotte even mysterieus als het onderbewuste leven in ieder mensch? Ook de historische ontwikkelingsprocessen van geweldige massa's konden zich wel in enkele figuren saamtrekken. Dit had Manus toch van zijn ruige Fransche-Revolutie-lessen begrepen. En óók in de scheppende gedachte waarmee het historisch materialisme werd geschreven, kwam dit uit.
Halt maar, daverende - dwepers, Manus wist ook wel dat géén geniale kop zoo maar een naakte wereldorde, een nieuw pro-