NEGENDE HOOFDSTUK.
I
lordaan of laagpad? — Rumoer of Stilte? — Domme Manus hunkert naar godswijsheid. — Hij vecht weer met de schaduw van Thomas a Kempis.
Manus Peet beleefde wonderlijke tegenstrijdigheden, door zijn innerlijke omkeeringen en door zijn arbeid. Hij scharrelde iederen dag rond in den Jordaan en nog steeds ontweek hij, in een soort van hartstochtelijken angst, de Goudsbloemdwarsstraat, het oranje van de wasemende vischkommetjes achter de witgeschilderde stellage van de asylruit; scheen hij het gezin van Nel en Frans Leerlap te schuwen. Hij deed bij baasjes en kleine ondernemers of in winkels, in ״De Zon" op den hoek van de Lindegracht, en in „Willem Drie", jachtig zijn schrijfwerk af en met zoete praatjes ontsprong hij alle uitnoodigingen voor borrel en slenter, van bekende en oude buurtgenooten. Bromtol ontmoette hij wel eens achter een negotiekar of hangend aan een sproeiwagen, of hij zag hem tusschen de schelmpjes van den Jordaan met natte vuurpijlen spelen. Nog pas hoorde Manus hem het scheldnaamliedje dat Peet indertijd zelf geprutst had, met een belachelijk diep-grommend mannenbasje, al heel Manus Peet, 17