222
Gouwenaar was de plompe, de gulzige, zichzelf verschroeiende liefdeman, de eerlijke, opene; wel-knap-zoo-om־te-zien, maar toch in niets de verleider, de overrompelaar, niet het heerlijke mannetjesbeest. Hij was de tragische, woeste begeerder, die met zijn opene oogen al dadelijk zijn hartstocht uitstortte. Maar Mooie Karei had de dierlijke inbezitneming alleen, welke zelfs Corry in haar oproerige hevigheid temde. Mooie Karei had het roekeloos-onverschillige, het overmachtige dat de vrouwen vervoerde en haar, in den weerstrevenden wil, bezwijmen deed. Hij bezat het schrikkelijke, onafweerbare, het lokkend-veroverende dat de meeste meiden zelfs liet hunkeren naar zijn geeseling, zijn smaad en zijn tartende vernederingen. Van dezen paardriftigen liefdedrang walgde Manus juist. Hij gruwde van dien bestialen inbezitnemenden hartstocht, die alles scheurde, krenkte of uitvrat. Hij walgde ook van het branderige zinnengenieten in zelfvernedering, gelijk vele vrouwen in smartelijk, ziek genot ondergingen. Natuurlijk zou het afgunst in hem worden genoemd; in hem, Bochel, die in het schuchter-onervarene van zijn liefdeleven, nauwelijks één streelend koesteringetje van een meisjeshand mocht verwachten. Wat zou het? Waterverf!... Dan maar afgunst ge-heeten. Want hij wist nu zekerder dan ooit, dat er geen lager, wranger egoïsme losschoot dan bij schepselen wier erotische driften prooi begeerden, en niéts schennender het enkele zielsverlangen naar de hoogere vrouw aantastte. Een mooie vrouw zou in liefde geen bocheltje kunnen omhelzen en een mooie man, geen bochelinnetje. Dit klonk Manus als een normale levenswet. En schoon in de mismaakten en gebrekkigen, oneindig hoogere machten van de ziel, den geest en de verbeelding kónden leven dan in het enkel zwoel-bekoorlijke wezen,— al deze deugden werden door den liefdemensch, geeuwhonge-rend in troebelen hartstocht, niet geteld en niet gekeurd. Manus moest zich dit onwrikkelijk inprenten. Het zou misschien de vaart van zijn eigen liefdeverdwazing voor Corry breken. Want die liefde liet hem afsullen naar het voos-ver-