De Jordaan, Manus Peet

Titel
De Jordaan, Manus Peet

Jaar
1922

Overig
4ed

Pagina's
573



177

bedden leken te hoop gegooid op den kilsteenen grond. Dat vonden Jan en zijn maats het minst erg. Veel vreeselijker waren de bedden zélf. Het was er één walgelijk en vettig krioelen van bijt-wansen, van boven tot beneden, in de vochtige hol-donkerte. In hun afschuw en wrokkende woede sloegen de maats duizende en duizende ongedierten dood, maar weer nieuwe duizende en duizende waggelden, onder het schuwe vallicht te zien, bijeen als wriemelende mierenlegers. Die vunze en vieze marteling, bijna op het kriebelnaakte lijf, zou Jan zijn leven lang niet meer vergeten. Tenslotte hadden de afgematte kerels zich alleen maar te onderwerpen en probeerden zij, uitgeput, brakerig en rillend van afgrijzen, zich toch te slapen te leggen, zoo goed en zoo kwaad als het ging. Maar Jan kon niet snurken in deze jeukhel, in deze vreemde, klamvunze nachtkooi, die ook wasemde als een ondergrondsche riolengang, terwijl de luizen t'allenkant zijn kiebes, armen en beenen overkropen. Er kwam een benard verlangen in hem opdringen, naar allen die hij had achtergelaten in Amsterdam. Eén kerel met een ske-lettig-uitgemagerden hals, naast hem, een olieman, begon ellendig te blerren met klaagzware stem. Die had al zijn centen bij aanmonstering opgemaakt en durfde daarna zijn vrouw niet eens meer onder de oogen stappen. Bij aan- en afmonsteren verbraste hij eeuwig den boel; kreeg zijn frommes noppes; kon ze infokken. Soo'n lekke logger! Nou zou zij met de grommetjes den heelen vrieswinter zitten verkleumen zonder kolen. Want hij had alleen maar maandzeel voor haar gemaakt. Bij zijn nieuwe aanmonstering, door de kameraden gelokt, had hij op Zeedijk en Kolk al zijn centen stukgeslagen en haar geschreven op den rand van een krantenvodje: Aju. Ik heb me poen opgemaakt. Ik ga zee.—Acht a negen volle maanden zou hij haar niet meer zien. Alles kon in dien tijd gebeuren. God weet wat zijn wijf, die vast half honger leed, met andere kerels uitvoerde. Hij griende bulkend van jaloezie, wanhoop en woede om zijn eigen gemeenheid en om de ellende bij hem thuis. En erger nog, hij voorvoelde dat hij het altijd wéér zou doen.

Kiebes: kop — Maandceel: een overeenkomst van de zeelui met de Maatschappij waarvoor ze varen, dat hun vrouw een gedeelte van de gage maandelijks kan komen halen — Er beetaatook: weekceel.

Marms Peet 13

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.