68
en in zijn patet klonk alles zoo licht, maar echt zeeziek kon hij toch maar niet worden. Heel gauw raakte hij vertrouwd met de meters-lange stookplaat en de zwoegzware vuurschoon-makerij. Het vreemdst waren hem de pijnigend-eenzame wachten, als hij besefte te leven tusschen een ruischende oneindigheid van water en hemel, waarvan hij in den olielamp-schemer der donkere schipdiepte, tien meter onder dek, toch niets merkte. Eerst schurftwacht, van vijf tot negen, en de hondenwacht van negen tot één. Alles moest hij nog gewennen en alles leeren, op die matelooze licht- en nachtruimte. Dat was wat anders dan de jolijt op koperen Maandag en blikken Dinsdag, in de Maagdelievenstraat, cancaneerend met Jaap Purmerend vóór Lange Jan, tegen de zwoele en jeukerige ruggen van Lien Kriegelbui en Doortje Kliekie. Dat was wat anders dan neutjes hijschen door heel den Jordaan, met bier en scharren achterop.
Uitputtend en dol-vermoeiend was het vuren-schoonmaken, vooral van de ״Kraters" die afgebrand leien van de vorige wacht en over één kant moesten worden uitgeslagen. En nog inspannender was het, den anderen kant geheel te laten afkoelen, de grijze slakken eruit te peuteren en behendig te manoeuvreeren met het zware, ijzeren riek. Allejezus, het was een schandaal dat hij het moest bekennen! Maar hoe beverig-bang was hij geweest op de eerste reis, in den tien meter-diepen bunker, in de stikdonkere bergplaats waar de kolen als zwarte duinen ophoopten. In het begin kon hij bij het omwoelen niets zien van al het opstuivende steekstof, dat zijn oogen en zijn huid inbrandde en mier-zoet proefde tusschen de knarsende tanden. Uren moest hij gebukt blijven doorscheppen en telkens langs desmeerbunkersdekolen laten afzakken, tusschen blakerend vuur en stikwalm op de stookplaat, terwijl het zuurbijtende glimzweet van zijn morsige bakkes droop. Soms zonk hij neer, dood-op en hulpeloos-hijgend, zijn maats bedelend om een slok water. Had hij eindelijk een ontzachlijken hoop kolen op de plaat bijeen, dan moest hij, bestookt van vuil en brandend prikstof, met vlijmpijn in d'oogen,