De Jordaan, Manus Peet

Titel
De Jordaan, Manus Peet

Jaar
1922

Overig
4ed

Pagina's
573



38

tives stond hij. Die dat niet meebesefte was eén moord waard!

... Ajakkie, die loefies-knol-smeris, die gibbissert! Gonge se nou nog nie doppe? Geef 'm brood mit zand te kauwe ... sa je 'm sien likke. Hoy, daar heb je de bofemeester! Nou sette me de sokke. 'n Gekloft standwerkertje soo, mit se rinkelende sabel. Wat 'n spekkerd. Fort jonges, fort, eêr dat die glimrot je bij je kladde pakt. Maak je asjeweine. Fort, aars krijg je nog de sossem prinsemerei achter je scheefgeloope hakke. Alle jode... alle jode ... red je eige!

Dirkje bibberde van koorts, van spanning, van angst, van emotie en van tragisch gehunker naar meer en erger en hachelijker verwikkelingen. Het werd somwijlen één duizeling en bedwelming in zijn leugenziek jongenskopje, vooral wanneer het spul ging spelen in de groote wereld. Daar begreep Dirkje nou net geen sners van. Wat waren die graven, die prinsen en die hooge oomes eigenlijk voor goosers? Hij besefte alleen, dat er om hem heen een sprook flonkerde van rijkdom, en dat er met allerlei dievenbendes oks te sluipen en te sneesen viel, al gaf je hier 'n linksche stopstoot, een rechtschen hoek en daar een rechtsdirekte opstoot! Om al die langdradige vrijerijen en liederlijk-vervelende liefdesverhoudingen gaf hij geen zier, al kon hij wel eens onder geslachtsrijpere makkertjes, met heesche stem, door branderige hartstochtjes geprikkeld, gemeenigheid besmonselen tusschen de voorstellingen en dan gieren, gieren om dl wat zij elkaar toevertrouwden. Maar toch had hij larie aan de vrijage... Het afetuur, het afetuur... dat was eigenlijk alles.

Zoo teerde bijna iederen avond, in de meesleepende tooverij van het lichtende doek, door zijn gloeierige verbeelding aangejaagd, Bromtol's leven bruisend óp in de tafreelen-verschrikking van de bioscopen. Andere dagen of avonden, als er geen wit poen meer glom in de vuile knuistjes, gingen het geweldenaartje en zijn makkers honden vangen met een oude vischmand waar de bodem werd uitgerukt. Oele, gekloft gong dat. Eerst dikke tou-wetjes aan twee kanten over de ooren er jachtig omgestrengeld.

Loefies-knol-smeris: halve-cent-politie agent — Oibbissert: bijter. — Spekkerd: spekslager. — Bovenmeester: politie-commissaris. — Maak je asjeweine: maak je uit de voeten. — Sossem prinsemerei: bereden politie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.