136
kwam. Na een kwartiertje kreten zij rauwweg en schimpend, oude vrouw Snerthol, die met Zeeuwsche mosselen en blommen door de stad slenterde, wakker uit haar kot en gingen dan weer zitten klesseneeren, jaloersch ruziën of elkaar de broeische zakken leegwedden. Plots begonnen twee te ״sjiekètsen", en als duiven op een til, zwaaide de een den ander na.
— Geif sijn 'n drukkert mit die seiges op se pit!... hitste Bromtol op, terwijl hij zwakkeren tegen sterkeren beschermde.
Tegen het schooluur verdwenen de straatjoggies heelemaal uit het gezicht van hun woning en kozen zij samen of afzonderlijk, eigen oorlogspad. Dirkje haakte zich dadelijk vast aan een galzuchtigen slungel van zestien, het Gele Gevaar, die met afge-zwendelde of gestolen briketten en hout door de stad zijn nego-tietje uitventte. Reuzenboy! Bromtol duwde mee en schreeuwde mee. Onderweg snoepten zij bananen, peren, drop, appelen, of bezogen zij stukjes ijs en bruine balletjes. Dirkje's pet ging dubbel-diep, mannig-onverschillig over zijn blonde kuif en van het manchester-jasje ging het schrale kraagje bibberend op. Soms rilde Bromtol zoo erg van kou en nattigheid, dat hij klappertandde en koud-koortsig zich voelde verschrompelen onder zijn paarse truitje. Toch verzweeg hij zijn bibberende ellende uit angst voor den havenenden spotbek van het Gele Gevaar. Een anderen morgen weer, sloot hij zich zenuwachtig-gejaagd aan bij een nieuwen kameraad, Hurt Ho,... die met een grauw ezeltje reed; klonk zijn „bassie" door alle sloppen en stegen, en vooral in de groote straten zong hij met zwaarkerelsche muziek in zijn venterstrotje:
— 'k Heb rijpe banane ... vier cent'en vijf ceute de banane!
Dan trilde hij van geluk en trots. Hoe anders dan op die mal-
tentige schoolbanken, hoeveel geklofter dan tegen dien mikmak van kriebelige cijfertjes en weerbarstige sommetjes op te kijken ! Nou kon hij snoeien zooveel als hij wou, met zijn gawwer, 't koo-tertje van Hanelap. Hier was alles vrij en op avontuur, en wanneer hij een ouden schoolmeester tegenkwam die hem herkende, dan riep hij kwaadaardig-hoonend naar Hurt Ho:
Sjiekètsen: soort krijgersspel. — Seiges: bokkingsmand. — Drukkert: stag — Pit: kop. — Kootertje: kind. — Qawwer: makker.