116
daantelooze liefde-begeerte naar Corry, die hij heelemaal niet meer zag en ook niet meer probeerde te ontmoeten, herlas Manus nu met diepe wijding en toch met eigenzinnigst-scherpe critiek, Thomas a Kempis' ״Navolging".
Peet had niets in zich, van een behoeftige-huisgezinnen-bezoekend-dogmen-diaakje, van een leuterenden armen-vertrooster der calvinistische nooddruftigheid of van een zoet-fleemigen broeder-in־Christus-Darbist. En toch behoorde hij tot de bezitlooze zaligen van geest, tot de eenvoudige volkspeinzers, die met een innig-tragische weerstreving, op geheel eigen en hevig-koppige wijze, de Heilige Schrift doorzwoegd hebben en door een natuur-godsdienstigheid, venijnig blazend tegen alle rechtzinnige verwerkelijking, bij voortduring, vaak geheel onbewust, met de allergeestelijkste dingen van het leven verkeerden. Manus verafschuwde oppervlakkige godlooche-narij, terwijl hij voor een ander mensch toch bijna nimmer tot het uitspreken van zijn eigen geloof kwam, omdat hij zijn eigen mystische ontroering niet in zoet zelfbesef meesleuren durfde. In zijn hartstochtelijken weetdrang had hij weer Ruysbroeck gelezen, Jakob Bril, Böhme en vooral Meester Eckhart's „Mystieke Geschriften". Deze zelfbespiegelingen werden hem nooit te ingewikkeld-zwaar; verstond hij als het ware met een zesde zintuig, door intuïtie en door impulsie van de hunkerende ziel en den ijlen geest. Hij verstond ze, omdat al wat ze leerden van de toornende ziel, van de heilige overtochten naar de Godheid, van de ziel zoekend naar het Opperwezen, hijzelf in zijn eigen hunkerend bloed en zijn eigen dolend wezen bezat. Hier was geen bestudeerde en vergaarde kennis, geen wetenschap voor noodig. Hier ontstond de beheersching van de stof door innerlijken aanleg, in gevoel voor en begrip van het Onuitsprekelijke, in het onmiddellijk, bijna geopenbaard inleven van het symbool, door geestelijke voorstellingen, die een even intense, aan grenzen gebonden werkelijkheid voor hem kregen als de meest stoffelijke, waarneembare dingen voor anderen reeds bezaten.