93
willen zien zegevieren van het lage, liederlijke dat werkelijk bestond en dat de verachter haatte en verafschuwde. In verachting ademde nog een liefde-idealisme, schokkend, rochelend, half-gewurgd, maar tóch, een liefde. Doch vanaf zijn eerste, in smartbewustzijn ontbloeide liefdegevoel, waren Peet'smenschen-verachting, zijn ironische en toch wrange doodbedaardheid en onverschilligheid voor het rumoerige Trijn- en Jan-Klaassenspel van het dagleven, en voor heel de weemlende zooi van allerlei creaturen en hun verwaande uitwerpselen, hem ontzonken. Zijn liefde bracht in hem drang naar zelfloutering en naar ontleding van alle menschelijke laagheid. Manus herleefde soms weer in den geheimzinnigen sprooktuin van prille jeugd-ontroeringen en tusschen de zoete toovenarijen van beschaduwde herinneringen. Hij werd weer het droomerig-stil-schuchter verwonderde knaapje van de haperende woorden, het jonge weesje, dat alle, zwijgend voor hem opdoemende dingen, in hunne onbekendheid en raadselachtige verwikkelingen grootoogig en verbaasd-lang nastaarde. Hij ademde weer als het schuwe weesje, dat jong vervreemd van iedere gezinsintimiteit, door deernis-buurtmenschjes in huis getrokken doch uitgebuit later en verwaarloosd, de ongewilde schande en het erbarmelijke zijner mismaaktheid nog niet beseffend als iets tragisch, in zijn gelukzalig eentje overal ronddoolde, verzot op helden-geschiedenissen, op zinrijke legendes en vrome vertellingen waarin God met alle Heiligen, duizelende eer genoot. Manus voelde zich weer terug zweven naar de spheer van innerlijk vurig-levend knaapje, dat altijd maar dóór las van princessen en wonderkoningen, van onmenschelijk-sterke en minzieke helden, die tegelijk avontuurlijke roovers en allergevaarlijkste radbrakers bleken. Hij wist zich weer de jongen, die zijn eigen verschrompeling en gebrekkigheid in halve onbewustheid, zelfmisleidend ontweek, om zich met onwrikke-lijke kracht ervan te kunnen overtuigen, dat hij, ééns volwassen, tóch tot deze vermetele en baldadige gildebroêrs zou gaan behooren. En in zulke jeugdelijk-phantastische ver-