89
monden liep, de wijven met opwaaiend rok-gefladder en giftige beensliertingen.
Drie danszalen was Piet Hassel met z'n vriendenstel al ingestormd, maar teruggedrongen werd ie overal, door kleurig-helsche warreling van donker-verlichte paren, die telkens plompiger aandromden van hout-kaal buffet naar ingang-deur. Eindelijk was Piet met de anderen in grootste danszaal meegezogen met af deinende dansgroep. Achter 'n dikstrakken kop van 'n rossig zwaar bebakkebaard agent je bleef ie staan, ingekneld van lol-lachers, achter z'n rug, klown-dolle grimassen makend. Toen omzag agent, gooide Piet zich wild met de anderen in helschen kleurkolk van dansende paren, meiden die vlammen ketsten van hun blouzes, rokken en befonkelden haarpronk. Plots voelde Piet zich in-gebonsd, omkneld van allen kant. Weg-wemelend rok-gezweef en geruisch van meiden joeg in zinlijke vlucht-geur en plooi-ruzie voorbij. Harkig sleurden de kerels mee in stronkige armenknel. Vriendenstelletje was uitelkaar •getrokken. Alleen Gelder zag Piet naast zich, midden in 't dans-gewemel, die niet af kon zien van het witte onderrok-gefladder, dat telkens vèr onder opgeschorte rokken uitzinlijkte. Plots greep Piet, Gelder vast, begonnen ze stijf-komieke stappen rond zich te trappen, telkens opbotsend en wankelend, zich schijn-teeder omarmend als jong paartje. Schatering en hittend gejoel joeg om ze heen, zwaarder bonsden lichamen aan tegen de twee harkige kerels, dat ze waggelden, en dobberden gierlollend.
— Haej.... kanteloepp ! je fiel droait.... snof'rjenne.... twee kerels.... krijschte Kol.
— Kaik, die klebakkium kaike.. .. t'met skiet ie op je af.. hai is puur 'n vuile smakwammes!.... lachte 'n tuindersmeid, die met zweet-rood hoofd naar 't agentje bukte, kanaljeus, 1m 'n ruk aan z'n baard gaf.
— Nou aa's j'r senie in hep ka je f'nacht in 't koarte-huis maffe.... zong Wierelandsch stemgalm er doorheen van 'n meid die bukkend d'r kouseband toehalen wilde maar weer omgebotst werd door ieder paar dat 'r zag staan, kuit-naakt.
Zoo, zangerig doorwarrelde stemme-gons, schel gelach en