82
Woest, in heete feest-stemming braakten kerels hun lol uit, tierend en stoeiend. Zwaarder joeg rumoer door de anders doodstille winterstraatjes, als allure van groote stads-woeling. Lachend, gedempt, deftig, trokken notabelen van de plaats, voorbij opgedirkte winkeltjes, lachend minachtend om stedeke-praal. Staan bleven ze alleen om kindertjes te plezieren; kindertjes juichend bij poppen die te star-oogen lagen tegen 't koue winkellicht, in kleurige kleertjes en strakke waskopjes; oogengulzigend naar fornuisjes en kookstellen die kopervonkten in etalage-extaze; naar groote paardekoppen, omstrooid met zilveren en gouden snippers. Tegen half negen zuiverde de straat zich van het heerige volk, bleef alleen het woelige, arme, zuipende en stoeiende Wiereland, de tuinders jongens en meiden, armen, schorem, lawaaiend in de witte sneeuwhal, verplom-pend zijn stil-vonkend rein-blank, met zware donkere voeten, vol gloei-hartstocht en stoei-lust, beestig bijeen gekliekt, onder daverend schorre stemmenlol. Van uit het Kloosterpad, smal kronkelwegje, uitloopend op de groote Baanwijk, kwam opzetten zangkoor van jongens- en meisjesstemmen, donker kinderstoet je, achter elkaar aangerijd. Voorop praalde 'n snui-tertje, bemombakkest, met zilveren haardotten aan masker onder de kin, bisschoppelijk beplakt met zilveren papieren mantel en hoog besteekt, omrand van sterretjes-rood, en ritselige goudloovertjes. Naast 'm ging 'n roetig besmeerde kleuter, kannibaalsch wild, in witte oogappelswoestheid, gooiend met sneeuwballen naar ieder die voorbijkwam. Dan gedragen, dan gesleurd en geduwd werd Sinterklaas. In z'n hand hield ie 'n schommelende lampion, overgebleven siersel van Drie-Koningen, in kwijnerig rood en groen licht, afschijnend op z'n beschilderd mombakkes, dat schaduw-geelde zwaar en bang. Om lampion, in zwak rood schijnsel, droomerig en diep, draaide 'n wiel van zilveren sterretjes door 'n ander, met 'n touw naast 'm, in gang gewenteld, dat 't wemelde, glans-zilverig als waterkringen van fontein, om de half-belichte kinderhoofdjes. En zoo, kronkelend achterelkaar, donker-stoetig, grillig-rood bewasemd in lampiondamp en groenige dooreenschommeling