268
akker. Beukgroen van de lanen stond te wierooken in zacht lentewaas, en elk uur hóóger steeg 't licht, doorvlamde 't gras in zacht sappig weeldegroen, fluweel groen, zoet-zijïg groen. En de boomen overal traden aan, in fijne sier van jong-puntige blaadjes, overal neer-regenende pracht van satijn-groen over de heilig-stille wegjes met vocht van lentedauw doordrenkt. Overal lichtglans van nieuw leven dat aanzoelen, aangeuren, aanwui-ven kwam, tusschen woesten groei van gras, rond wegduikende beekjes, langs oevertjes-stille lommering, langs watertjes, die glans-gouïg en zilverdoorstoeid van lichtrimpeling plasten en terugkaatsten, in bronze bodempjes, hemelblauw en wolkzilver, kristallig en even verdonkerd van gloed. Waar klaar doorhéén kleurden beekjesgrond en koralige steentjes, bloedrood.
Aprilmaand was, verstald als blanke vrouw van mythische sier, ingewiekt met gouen vleugelslag van zonnelicht, tusschen ׳de velden, de eerst nog droef-grauwe landen. Daar zwierf ze plots, in lijnen-woest kapsel, met goudrossigen haarzwier, die vlamstreepte en lichtkringen trok door de lucht en 't akker-loof. Vóór haar zwierden uit, blank-albasten handjes in godinne-gratie, die rondstrooiden zoete bedwelmingen van geur en kleur. En rag schuifelde haar teedere voetjesgang door gras en sier-loof, dat er ritseling golfde, als aanvloeiing van fijnregenend fonteingeruisch. En overal waar ze zwierde en zweefde, dan liep en rustte, gingen zacht branden om 'r heen, kransen van kleur en kransen van licht. En waar haar wisselsnelle voetjes schuifelden en betipten éven de aarde, golfde achter haar aan, blank en blond spel van lijnen en glanzen, die ze terugving op «doorvonkte sluiers van kantille-goudgaas, weer ópstrooide in kringen, al breeder en breeder uit, wel grillig en jong-vurig, maar licht en juichend; glans die gloeide, licht dat duizelde, bruiste en vonkte op de warmte-inzuigende aarde.
Er was vroolijk gestoei onder de werkers. Ieder voelde wat •aanvloeien van de bedwelmende Apriljool in lucht en grond, hoorde schuifelen den schalkschen stap van de vrouw met 'r :goudrossigen haarbrand.