Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



26!

kwam loeren. — Zij 't eerst, hadden alom, in 't wije grauw-brons van nog niet beteelde tuinderij-akkers, hun velden al zachtjesaan zien opkleuren, in licht- en donker groen. Hier en daar droegen ze al 't dekriet van krokussen en hyacintenloof weg, ׳op rood-begloeide burries, die vroolijk vlam-streepten in den jong-aarzelenden dagglans. Kaal nog wel en vaal, stonden de hagen en de boomen op paden en wegkanten in jong geknop ; bleven nurks grimmen in hun dor getak, tegen den stoeienden, fladderenden Maartwind en blonden lichthemel in. Maar al drukker ging beweeg onder de werkers, en 't rhytmisch geklos van öplevenden klompgang, — heel anders dan de wintersche melancholieke klosloop, — klakte, hamerde en weerhalde op de keien, op den grond en overal dromden groepjes tuinders rond 't land, met zaadzakken en kleurfelle emmertjes, helle zomersche toetsen rood en hardgroen, tegen wild-zilveren wolkenluchten en veldbrons ; was er licht gespit en omgewentel van aardgekluit, teeldrift en groeigang door de nog grimmige akkers.

Ouë Gerrit stond met de lijn in z'n hand bedjes af te steken, langzaampjes en strammig. Piet trok voren met z'n schoffel en achter 'm aan, hurkte 'n helpertje, tuinboontjes in regels regelend. — Dirk, met z'n zware gestalte, tegen 't lichtende veld-brons, stond vroege doppers te planten. Met z'n erwtenplanter in de doorbarsten knoesthanden, waarop nu, wildblond in 't licht, de haartjes prikkig warden, bukte ie zwaar op de brug van 't groote gereedschapsbrok en drukte in zacht-krachtigen zwel, met 'n trap van z'n beklompte linkerbeen, de ronde tandenrij als 'n beet van den planter, den grond in. — En telkens, in luchtig sliertgebaar, rukte ie, in halven kring, zware brug uit de aarde, zette kalm naast laatst-gestooten erwtengaatjes den planter neer, gaf 'n trap weer in zweikracht, één rukduw met bovenlijf op den brug, rijde zóó door, achteruitstappend rhytmisch, naar den ouen Gerrit toe, die strammig langs z'n lijn slofte. De klompen van den Ouë te groot, gaapten telkens bij eiken slof open aan z'n hiel, dat z'n fel-paarse

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.