Menschenwee, Eerste boek, Winter

Titel
Menschenwee, Eerste boek, Winter

Jaar
1903

Druk
1903

Overig
1ed 1903

Pagina's
350



n6

Doorbrand geel en doorweekte verf kalk van wanden, ompoei-erde met zacht waas, dauwig 't hutje, in groenig goud en paar-sigen weerschijn. Het zwaar bemoste pannendak, droef geteisterd en verweerd, drukte laag breed, ver over de muren heen, als 'n fijn-kleurige-kap van donzig groen, waar violette hiëroglyfen kronkelden tusschen wemeling van schuchtere mosglanzen. Vóór, op okerigen gevel, hadden de winden en vochten kleurkrinkels gemerkt, rond den kalkverkleurden gouïgen muur. Langs het breeë hooge cel-raam, tintte nieuw kleurenspel rond bronzen kozijnen, verweerd in d'r voegen, oud en teeder, broos-schoon van ingeroesten gloed. En van de voorste dakpunt slingerde in fijne golving 'n wilde wingerd, schuin-langs 't breed-hooge raam, in dorre naaktheid verhaard.

Ant, Kees' vrouw, stond voor deuringang van achterend, fel lichtende gestalte, tegen donkere krotholte, wat vodde-kleeren de lucht in uitkloppend, dat 't stof 'r den mond inwoei. Toen zij Kees achterdoor 't erf zag opkomen, was ze de woonkamer ingeloopen, vloekend en morrend in zichzelf. — Tweemeter-hoekig achterend, en 't laagdonker woonhok, was alles wat ze hadden, 't Was nooit zoo bar geweest. Vunzige benauwing van stank en zoetige valeriaanlucht zoog door het duistere hok. Kleine kinders kropen met half-naakte lijfjes door en over elkaar als wriemelkluit, met vuil-snotterige gezichtjes, bebakken in smeer. Blond-krullig meisje zat te drens-grienen in 'n hoekje, inwrijvend met vuil, haar armoe-goor, leelijk gezichtje. In den duistersten hoek, 't verst van 't kale, cel-hoog ingemetseld raam, tegen den steenvochtigen muur lag in 'n hout ledekantje, bruin beschilderd, Wimpie, al drie jaar. Even boven z'n hoofd duisterde 'n plank, waarop oud verschrompeld, breukvol speelgoed neergebrokkeld uitstalde, tusschen heiligenprentjes en beeldjes. Wimpie lag te vroolijken in z'n bed, fijn-luidruchtig en tingelde met z'n beenig-magere vingertjes tegen 'n doosje op, met kleurpapier beplakt. Even nog, grauwde in verzwakten lichtschemer van raamhoek, z'n bleek kaakbeenig doodskopje op, met vale lichtveegjes op smalle ingeslonken koonen. En lachen maar deed z'n breë mond als,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.