:428
Rebecca's ״babbels" en haar „smoezen" met een gol te belasteren waagde. Hij had Raf geluiden van angst uit de keel geknepen, als van een balkenden kameel. Rebecca interesseerde zich niet veel voor bokserij. Neen, neen, ze voelde zich eigenlijk als een doocf-vreemde tusschen al de luidruchtige, op vermaak-jagende meisjes en jongens, die elkaar zoo vies konden overschertsen. Ze sprak en verkeerde wel met allen, maar verder bleef ze geheel op zichzelve. Ze had nu eenmaal „sjniks" en cabanes. Ze hield zich „stijf", alsof ze zóó joetjes kon laten blinken. En ze kon niet dansen.
Dat was een leugen. Ze danste dolgraag. Maar die verachtelijke smeerpoetserij, dat vlak-op-elkaar-ge-plakte van man en vrouw tegenwoordig, in smoor -heete zaaltjes, met het zwoele gekir of het scheurend lawaai van wildvreemde instrumenten, bekoorde haar niet. Wanneer ze er van sprak, ging er al een zenuwtrilling door haar lange, zijdeachtige wimpers. Bovendien,... zij, zij alleen droeg het huishouden van haar vader en van de ruwe jongens, die toch hard zwoegden en recht hadden op prompte verzorging. Gaf haar de handen vol!
II.
Een avond later zat Igmaniz weer bij Rebecca's vader. Om Josua kwansuis. Die had hem ophelderin-
5en uit de Thora gevraagd, nou Sjaboengoth voor de eur stond; het Slotfeest, de groote Dag der Eerstelingen, de zesde Siwan.
Truddie uit de Moddermolensteeg was meegekomen, mét een vlaag draaiorgelmuziek uit de Zandstraat.
Rebbe Herschel had Josua al zooveel geleerd en veel duidelijk gemaakt van ingewikkelde plaatsen uit een Midrasch. Maar de rebbe kon niet zoo gul tijd meer voor leekepreek en gesprek vinden. Igmaniz zou hem vervangen. Al kende Hereira de slotwoorden van Vers IV in Hoofdstuk 19 Exodus, toch wist hij niet veel van Midrasch Jalkoet en haar Commentaren. Maar Josua begreep nu van Igmaniz alles, al noemde deze met vurig-opengesperde oogen, verinwendigd
Cabanes: drukte. — Joetjes: goudtientjes. — Midrasch: dichterlijk-moreele literatuur; Bijbeluitleggingen.