Het Volk God's, van Armen en Rijken

Titel
Het Volk God's, van Armen en Rijken

Jaar
1931

Druk
1931

Overig
1ed 1931

Pagina's
511



:356

nooit een letter gehoord van... de laatste van boven, of de laatste van onderen... Zonde voor God... Je kon een bolusbakker, een hoekje, een facet je van boven laten geven!... Niet Gód gaf ze haarlie betaling, maar de juweliers, en dik ook! Ja, ze keken toendertnd naar fabricaat! Als het maar uit het grauwe, uit het nijf glom en opglinsterde en uitspiegelae. Requelje, zuiver, kon je bijna voor geslepen van de hand doen! Wisten ze veel, de piegems, de puin-juweliers, wat kloofsel en slijpsel was! Ze konden geen kruisnaadsteenen onderscheiden van kristal. Zelik of Gajim, ze leverden, leverden maar diamant; rejections of gesloten heel... kraden op kraden... en ze kregen goud, goud terug, oggenemmes!...

Jonas werkte toen samen met Elie Zoethout, in brokkantig; met Zoethout, die later schatrijk geworden was in flats, rubbish en chips, en door zijn Fraatje verafgood werd. Och, een beste kerel, maar in den Gouden tijd juist zuinig, broodzuinig en dé dood voor temeije-sleppers. Zij bleven een poosje bijeen en werden door onzinnige overbluffers en opscheppers, bij wie het geld moest rollen en klateren, nog royaal ge-tracteerd en meegenomen op den koop toe. Óch, net was een dolle kermis geweest van opdikkers; eigenlijk een gerpoh uboesjoh! Ze slurpten allemaal kievietseieren leeg...... 2e zaten allemaal zenuwachtig in

den wentelenden en zwaaienden draaimolen, de roekelooze Kapers; echte pakmatjes. En de koperen, geweldige bel luidde en bengelde zwaar na iedere ronde. Schmoel, van de vroegere zuurkraam, een smiek, zat op een hoog en rijk-getoomd Arabisch paard; Sak weer op een grijnzenden Afrikaanschen leeuw; Moos, in fluweelen slingerschuiten, met diamanten overzaaid. En zóó tolde het heele

De laatste van boven: vier verstelletjes, aan den tafelkant. — De laatste van onderen: de achtste ronde verstelletjes, waar. mee het briljandeeren gereed komt. — Niji: het nog onbewerkte, zoo uit de mijnen. — Requelje: diamant-soort met natuurlijk-glanzende facetten, alsof het reeds geslepen is. — Rejections: slecht afgewerkt goed. — Heel: ruwe, ronde diamant. — Kraden: karaats. — Oggenemmes: waarachtig. — Temeije-sleippers: lichtekooien-naloopers. — Gerpoh uboesjoh: groot schandaal. — Pakmatjes: een steen, waarover kruislings naden loopen; ook ״baaltjes" genoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.