:344
in gansch nieuwe banen drongen. Vroeger, nietwaar vader,... sorteerde je in je huiskamerachtig kantoortje; zaten ze in obscure kroegjes en café'tjes, diamantpartijtjes te versjacheren... De boekhouder boekte... Nu ja! De makelaar makelde... nu ja! De koopers kochten... En de arbeiders wachtten achter een hekje... En
de fabriek stonk; was donker en half verrot...... En
tegenwoordig?
Siegfried wees Jonas op het werkpaleis van Bernard vanBeem en op nog vele anderen. Vroeger ging het over een paar ton, tegenwoordig over millioenen, met een verbluffende onverschilligheid en nuchterheid. Vroeger was alles op zijn elf-en-dertigst; een paar partijtjes hier, een paar daar. Bij Siegfried vielen de diamanten als een stroom vuur over de sorteertafels... Het vak had honderd-en-één technische verfijningen ondergaan. Veel ingewikkelder verkoopsvormen. Veel groot cre-diet en wat er aan vast zat. Alsoorten fabricaten werden ter markt gebracht en de berekeningsbasis van procenten wisselde met den dag, al bleven de ruw-prijzen stabiel. Alle familieleven was er uit en moest er uit blijven. En geen gekonkel en gekakel meer. Zoo decreteerde Siegfried! En Siegfried had gelijk, waar-achtereschrot, de jongen had gelijk. Hij bracht al de ruitjes aan het loopen! Ze konden hém, Jonas, soms ongenadig in de maling nemen en bespotten en weer zoo zoetsappig bijvleien, met woord en gebaar, zoodra ze bemerkten dat het toorn wekte. Zijn zoon was geen Jodenbeschimper... kon je net denken! Zou hij zijn eigen kind kunnen wurgen! Maar Siegfried kon het huilerige, de kruiperige temerij, het zoetsappig ge-schmeigel van vele Jooasche zakenlui niet luchten. Op al dat schreeuwerige en valsch-opgewondene reageerde Siegfried scherp, ontgoochelend-meedoogenloos.
Jonas moest erkennen: de boel liep veel gesmeerder dan vroeger. Alles lag klaar. Alles stond klaar. Je ademde niets dan zuivere kantoorlucht. Het blonk allemaal helder, doorzichtig als pas-gewasschen ruiten. Geen gannif waagde op Siegfried's kantoor kaneel-met-koffie te drinken. En hier aumerde je niet... of je partij ja-of-de-nee dichtgegaan was. Maar het bleef
Aumeren: geduldig iets afwachten. — Dichtgegaan: bod op een partij diamant.