:314
Christen-afschuw en -moordwoede. De ziedende haat tegen de Joden knetterde overal los. Getergd en ont-eerd, werden zij als ״slachtvee" vanééngehakt. Al wat bloed lustte, verzadigde zich aan de Hoogduitsche Joden. Het volk Gods ging rond als kromgebogen bedelaars, als rillende melaatschen. Er was geen walgelijker schepsel op den aardbodem, voor den Christen van toén, dan de Jood met zijn groene muts, de vieze, stinkende, walmende Jood, geelgrauw en vergoord achter klamme schimmel van zijn Ghetto-muren, vervreten en vervuild, verluisd. Ze werden als zieke honden afgemaakt of tot den dood mishandeld, gepijnigd, bij één woord protest. Foltering was nog te zachte straf voor de uitgeplunderde kermers. Zij droegen hun verachtelijk merkteeken als verworpenen, aan ae kleederen gehecht, en bij zichzelf roken ze alleen de mestvaalt van Job en luchi: van uitwerpselen. Ze waren alleen drek, modder, lompen en vuil; overkropen van wormen en smeer. Ze werden in gruwelen ondergedompeld; besmakt met steen en slijk; gegeeseld, geschuwd als de pest; tegelijk bespot en naar het rottende afval hunner smoorduistere Ghetto-krotten teruggetrapt. Ze werden verbrand in Trier, Worms, Mainz. In Keulen verkozen velen den dood en sprongen in den Rijn. Maar de haat ziedde door. Hun lijken vischten de Christenen op, om ze als lijk nóg te wurgen... Er werd op al de Joden gespogen. Luther kon ze zélf prijsgeven, in afgrijselijke haat-verachting, aan het krijschend, wreed-opgehitst gepeupel. Hij brandmerkte ze als gevloekte zondaars, als zwarte-pest-besmetters, als menschenbloed-slurpers. Zij hadden Christus gekruisigd, brulden de Kruisvaarders! Vergiet gelijkelijk hun bloed, vermink, moord uit, folter, verkracht, verwoest ze met vuur!... Levend-begraven, de tong ontrukt, geplunderd, verbrand of geslacht... Neen, Henri vertelde geen opgeschroefde melodrama's noch gaf hij dikdoenerig, van de hysterische verbeelding, het sensationeele!... Het was alles :nóg huiveringwekkender en afgrijselijker geweest. Ze moesten maar eens Moubach en Lewin lezen... Toch, getrouw bleven de niét-geslachten, de overlevenden,