:305
houding electriseerde allen om hem heen. Hij bleef opgewekt, werkte zich onder iedere vrees-suggestie en dreiging met algemeene bestaans-vernietiging van industrie en zoogenaamde waardeloosheid van den diamant, uit. Hij redde als het ware de markt, door zijn zelfbewuste houding tegen lamslaand pessimisme en zwadderende ondergangs-voorspellingen van allerlei prophetische imbecielen. Hij drong paniek, waanzinnig-stupide verwarring op diamantbeurs en kantoren, terug. Hij kocht, verkocht later, op crediet, stabiel, al wist Henri wel dat alléén economische verwikkelingen, allerzonderlingste opkoortsing en op-schuiming van affaires veroorzaakten, die geen mensch kon uitlokken noch voorbereiden. Winst werd hem, ook met groote Beurs-manoeuvres, den schoot ingegooid. Het was de dolste sociale-avonturen-geluks-periode, die hij ooit had meegemaakt. De tijd zélf bracht helsche dwarrelingen. Naast hevigen nood en onmenschelijke armoe, overspelige winsten, weelde, luxe; dolle kapitaal-ophoopingen. Tegenover werkeloosheid en steun-commissie's, half-uitmergelende distributie-wetten,... vloekwaardige verbrassing en genots-razernij van luidruchtige verkwisters. Het kanonvuur braakte roode lava over steden en landen, en in alle soorten van geld- en waren-speculatie's werden duizenden geguillotineerd, terwijl valuta- en inflatie-bewerkers, gierenbloed slurpten en van roof-rijkdom half bezwijmden. Er bloeide weer een Kaapsche tijd, ook in het vak, maar met een phospho-resceerende, valsche schittering van weelde, wier vreeselijke glans aan lijk-verrotting ontsteeg. Het waren Moord en Dood, die zich tooiden met juweelen en flonkeringen van edelsteenen. Terwijl dierlijke honger rondgierde en verniel-orkanen over de wereld losbulderden, scheen voor een groep winstmakers het leven een blauw-brandend waterballet tusschen vuur-damp en kanongebulder.
Henri's initiatief en al zijn vermogens, als handelsman, als psychisch geheel behéérschte speculant, als ondernemer, vertienvoudigden en verscherpten zich in kracht, fijnheid, diepte. Om liem heen werd na zaken-
Van armen en rijken 20