:300
zag, vermocht alleen een vakman en een speculatief-snelvoetig verstand van den eersten rang, net vast te leggen in den doorwoelden kop. Verklaarde zelfs Bankdirecteur De Brakelaar, en de haute finance, van Rozenheim. Henri was met de belangrijkste internationale geldleeningen aan Staten en groote Maatschappijen, op de hoogte. Bij gecombineerde koopen van uitzonderings-goederen, ook in zijn eigen zaïk, bleef hij de geldvoorraad-vergaarder. Overal waar speculeeren handel bleef, stond Henri op de bres. Zijn diamantair-collega's vroegen hem, trots of hoogmoedig, schriel of kruiperig om raad, om inzicht tegen arglistige Beurs-manipulanten, omdat ze in hem zagen herleven het bezielde doorzicht van een Wertheim, een Lippman, een Sarphati. En toch handelde Henri hoofdzakelijk in geslepen goederen; kocht en verkocht hij van en voor anderen; was hij daags bezig met zilvercape, extra blauw-wit, gewoon blauw-wit, met zijn Kimberley, Koffiefonteyn, Zuidwest en gemelangeerde partijen. Rozenheim bezat een stock als niemand. Alles had hij in voorraad, het bruinachtige Baja, het Britsch-Guanna, het Rio, het achtkantige emeraud-slijpsel, het grofste en duizend per karaat Amerikaansch geslepen. Emmanuel Moro achtte dit bezit Henri's meest aantastbaar zwak. Géén stock houden en toch snel omzetten! Was ,,zwaarder kunst", oreerde de haat- en afgunst-juwelier. Henri Rozenheim glimlachte en hielp inschikkelijk zijn angel-stekigen en wangunstigen vriend-vijand den volgenden dag, aan alsoorten goederen uit zijn stock, die de stock-looze fabrikant, als bijvulling van eigen goederen behoefde.
In Antwerpen en Parijs had Henri belangrijke filialen, met afgericht en geschoold personeel, glanzend in den weerschijn van zijn naam. Zelfs in Britsch-Indië en Zuid-Amerika, wist hij, ondanks gebroken koopkracht, flakkerende doorgangen te graven tot oostersche juweelen-koopers, onder den adel van Hindoestan. Ook, tot bijzondere afnemers van paarlen en smaragden.
Voor vele aanzienlijke lieden, op zwart zaad geraakt