:297
van niemand. Ze moesten geheel uit eigen beweging tót hém komen. Hij kende de menschen-wereld. In het wisselend licht van zijn eigen tweevoudige natuur, zag hij de kooplieden, als idealisten die altijd aan een ijlen droom blijven hangen en stofvergoders, die alleen de materie in het bloed hebben en de geldzakken begeeren te zien zwellen. Bij hém zouden de twee soorten zich bevredigd voelen. Zijn ridderlijke eigenschappen, zijn romantiek en zijn phantastische plannen-verbeeldingen bekoorden idealistisch-aange-legden. Met Henri kon een ieder praten. Rozenheim begreep, wist, voorvoelde alles, op een wenk. Zijn scherpzinnigheid was om beurten diplomatisch, slim, of ontstellend-oorspronkelijk en direct naar de kern grijpend. Hij verrastte door zijn levendige intelligentie en helle verbeeldingen, altijd opnieuw. Maar zijn scherpe, systematische geest en berekende aandacht, waaraan niets ontglipte, boeiden van anderen kant, de materie-begeerders. Twee soorten zouden naderen, en het geschiedde. Schatrijke lieden met een verborgen tevredenheids-grijns, wilden zich met Rozenheim associeeren. Henri weigerde onverblind. Hij haatte de paff ' 1 1 '1 11
met gepunte st
was hij, als vierendertigjarig man, reeds een der belangrijkste commissionnairs van Amsterdam, Antwerpen, Parijs.
Henri's bekwaamheid in alle branches van het vak, grensde aan het ongeloofelijke. Ieder seizoen schiep hij zich een kapitaalkrachtiger koopers-kring en een kern van al hooger gehalte afnemers. Afgunst stak weer den verwrongen kop op. Henri's kinderen werden belasterd, zijn rijkdom betwijfeld; zijn zakenwetenschap stukgerafeld en over-broddeld met laffe critiek. Het deerde niet meer, Henri was dé flaterlooze schatter van geslepen diamanten, een der eerste kenners van paarlen en smaragden, juweelen en halfedelsteenen, in gansch Europa en Amerika. Hij verkeerde met de machtigste handelaars en fabrikanten onder Duitschers,