:266
Henri luisterde, maar schudde het hoofd. Alleen kwelde Rozenheim de angst, dat dit onheil misschien te spoedig zou gebeuren. Hij besefte het nu ieder uur
duidelijker, zonder weifelingen:...... deze schijnbaar-
beschroomde, reflectieve man, van brandende vlijt en van persoonlijk-genot-offerende arbeidzaamheid, die alles uitsluitend aan Rozenheim dankte, haatte hém met wraakwoede en gekrenktheid; wou boven hém uit; wou hém teisteren, verlagen, zijn levensvreugde vernietigen, om Henri zelf eens te laten ondervinden wat schrikkelijke slavernij en vernedering, afhankelijke dankbaarheid beteekende. O, een gek begeerde de bellen te doen klingelen, zelfs nabij een ruïne. Van Nienhuizen haatte in hém den onbeperkten weldoener en meerdere, met nog oneindig feller wilskracht, macht en gezag bedeeld dan hij. Deze kille, hopelooze man, ondanks al zijn verfijnde schranderheid en beheersch-ten trots, — zelfprojectie van den koud-vijandigen geest, — was te schriel, te kleinzielig, te bekneld, te dor van binnen, om breed en ruimgul zich te kunnen geven als mensch en bezat niet de telepathische gevoeligheid van Henri; een gevoeligheid, die Robert zoo graag, als hij er kans toe had gezien, voor leege opgewondenheid zou hebben laten doorgaan en waarvoor Mr. Leo altijd een homerisch harnas zocht, ergens ineen museum, ter beveiliging van vaders ,,weeke deelen". Van Nienhuizen verachtte vooral bedekt, de Joden-kliek; de Jodenmenschen, met de slimme, hel-door-flitste hersenen; de Jodenmenschen in hun drukke, óverlevendige praterij. Henri bemerkte het vaak, hoe wreed, snijdend-beleefd zijn procuratiehouder tegen vele geringe, smoezelige Joden-makelaartjes bleef en hoe hij, bijna stuitend, hun opdringerige intimiteit en nieuwsgierigheid weerde met wat wrange, afknak-kende woorden. Van Nienhuizen bezag de rijkediamant-Joden-op-een-hoop, eigenlijk als oorspronkelijke Ghetto-smouzen die aan behendige, waakzame en sluwe voortvarendheid of verfijnd bedrog, hun hooge positie's en gewin op allerlei gebied, dankten. Voor hem, gesproten uit rechtzinnig Calvinistisch gezin, lag van huis uit, de heele wereld in het booze. Vooral die