:254
groote sorteerkunst een persoonlijk-fluïdisch vermogen schier, van kleur-voelen, kleur-zien, kleur en zuiverheid tasten met uiterste zintuigen-fijnheid. Alles ging bij Henri tusschen de tang en kwam onder de loupe. En vóór hij steen voor steen uit een groote partij opnam, wist hij vaak reeds of het zuiver, of het eerste, tweede of derde piqué was. De kleur groefde zich in zijn oogen: ijswit, blauw, groen, blauwwit. Niemand sorteerde vlugger en feilloozer jonkielje. dan Henri, den goudgelen diamant, brandend-goud als een narcis!...
Nuchtere collega's spotten altijd met Henri's geestdrift voor diamantglans, voor juweelen en paarlen. Ze ironiseerden:
— Wij zien ze óók graag... maar in een ander zijn zak... verkocht!
Henri moest tegenwoordig dubbel-scherp uit de oogen kijken en zelfs intiemste handelsvrienden wantrouwen. Aan zijn onbeperkt crediet van groote Banken had hij niets, wanneer er geen wereld-zaken konden worden gedaan. Zijn éérlijke raadgever en vertrouwde, De Brakelaar, directeur van een der machtigste Amsterdamsche Banken, een Christen van het nobelste gehalte, deelde Henri's standpunt geheel. Rozenheim huiverde wel eens, ondanks al zijn opge-wektheid-naar-buiten, voor de geweldige, verwoestende crisissen, die uit Amerika vooral, Éuropa over-hoosden. En het bangst, doch geheel weggedrongen, stond hij een poosje tegenover Zuid-Afrika, de ontstellende productie der Lichtenberg-velden, waarnaast die van Angola- en Congo-mijnen in het niet zonk; en tegenover de z.g. verhouding tot het Londensche Ruw-Syndicaat. Wanneer dat geschiedde, zou zijn stock
kelderen en alle diamantbezit waardeloos worden......
Maar hierover mocht hij nü niet denken. Want zoo kón de Zuid-Afrikaansche Regeering tegenover het Londensche Ruw-Syndicaat niet handelen. Daarvoor was het sociaal-economische overwicht van De Beers te groot; zou het Syndicaat tot den bedelstaf worden gebracht. Een Syndicaat, dat zelfs van een regeerend koning aandeelen onderbracht... stel je voor! Naar