145
luid en weduwe Aboab da Fonseca trok haar afzakkende bandeau weer recht.
Truddie lichtte toe:
— Omrede Rafeel in de meziek was... op sjnorbal's en feestiviteite... altoos in de puntjes, hoor je?... Ze zwarte strikkie... èn wief... wief as water!... Dance dineire... daar nie van!... De schrooljonges van 't Veld hebbe 'm altoos nageroepe!...
Cordate Truddie wist weer alles, van haver tot gort, van pauk en trompet. Toen ze elf jaar was, kwam ze al bij de familie over den vloer. Want al hiette hij Rafeel Geitebok, hij hiette eigenlijk Pelayo Mocatto... Wanneer je hem iets vroeg van zichzelf, antwoordde hij, met gesloten oogen, in geëxalteerden eerbied:
— Van adel... van adel... allemaal, wullie... van adel, van adel!...
Toen vertelde Dwergdrokkie nog veel meer dolle dingen. Herinneringen werden opgenaaid.
De Nieuwiaarsgasten schaterden!
Offe ze zilt nog Dolle Sak, Lord Sak van Vlooie-burg herinnerde?...
— Jij Jozewa?... Jij Monne?...
Herinneringlooze stilte.
Truddie werd nijdig; nattigheid biggelde haar oogen uit. Ze snauwde naar de mannen:
— Obligade!... wat 'n geheuge!... Dólle Sak... Dólle Sak, jullie wéte wel... mit die kromme sjnees... de Raadspersionaris... die borracho...
Monne, Sak, Josua spanden zich diepzinnig in.
— Oók zoo'n sjtuk van 'n vioolkratser... doodster-vend-arme Pottegies... van de natie!... Maar trotsch... trotsch!... Klontjes-klaar-mesjogge!...
Ineens ging Monne een licht op...
— Oooooo!... Dolle Sak Navarro... Of ik 'm heb
gekenne?...... Heb altoos onder stedente gewees......
Hebbe ze'm op stang gejaag... Dolle Sak... nonéé!... Die heb 'n mooie grijze hoed gekrege... zette-ie dadelijk op ze tes!... Al wat ie kreeg, dee die an en op...
— Juis... juis... die van 't Veld!...
Monne groeide, wist alles!...
— Addesjim, Dolle Sak... Hij liep mit 'n zware
Wief: vive, vlug. — Dante dineire (Dante dinheiro); geld genoeg. — Veld: Weesperveld. — Obligade: bedankt. — Borracho: (Spaansch): dronkaard.
Van armen en rijken 10