263
beugel over, klingelde er 'n karillon-achtig geklank los, waarvan ie in woesten lach schoot. Hij hield lieelemaal niet van muziek ; pianospel haatte ie zelfs. Maar die speeldoosmoppies, dat populair getriangel, lokte schunnige heetigheidjes in z'n brein, 't Tandradachtige staalgetril van die zangkam tegen de puntige cylinderdraaiingen amuseerde hem. En of er twee tegen elkaar-in dreunden, 't kon hem niks schelen. Zoo liep ie soms te dansen tusschen het gejoel en tjinkelend geklink-klank van z'n speeldoozen, onder 't plots brommend-veer-ver-springen van den cylinder, sorteerend en uitzoekend in binnenin stil-stelpend genot. Orde, regel, netheid gaf 'm duizelende emotie. Als de nummers van z'n boekjes slag op slag klopten met die van z'n kollektie, juichte ie, stootte z'n schille stem krijscherig joelzangetjes uit. Dan alles netjes zetten, alles be-poetsen, schoon wrijven ; dan overal glansjes en vlammen in opfonkelen. Dan z'n bezittingen op 'n rij, ordelijk, dat ie in stikdonker kon grijpen wat ie hebben wou, en ie alles kraak-rein wist ! Dat was pas leven.
Heel op de bovenste étage had ie z'n oude petroleum-stellen, z'n porcelein, glas- en aardewerk. Daar stonden half uitgepakte serviezen in hooi, bokalen, kelken, wijnglazen, vischschotels, waschkommen, potten, emaille pannen, en op aangetimmerde planken, gloedrood koperwerk tusschen nikkelen koffiestellen, theepotten en tafelgerij.
Lang niet alles kon hij schoon houên. Dat vrat z'n rust weer weg. Aan alles wou ie soms tegelijk beginnen, maar dan riep hem z'n bediende voor groote zaken, die vóór moesten. Tegenover z'n koperwerk hingen rekken met antieke sabels, klewangs, messen, geweren, pistolen, ponjaards. De ״moord-hoek" lachte hij in zich zelf. En vlak achter de kamer van steengoed stonden, dicht opeengepakt, z'n fietsen, stoelen, kana-pé's, kussens, lei z'n beddegoed, z'n karpetten en gordijnen, 't Stonk er duf en voos. Maar Soonbeek proefde geen duffe luchtversmoring. 't Hout van de waschtafels en bureaux geurde, de karpetten geurden, de heele boel geurde rond hem, alsof ie langs 'n jongbloeiend klaverveld draafde.